|
|
Afdeling Beenmergtransplantatie (BMT)
|
 |
De
behandelende geneesheer, doctorandus in de medische wetenschappen Jevgeni
Danilovitsj Pasjanov vertelt:
Problemen van beenmergtransplantatie bij kinderen worden in Rusland aangepakt
door twee medische centra in St.Petersburg en door de afdeling BMT bij
het Landelijk Kinderhospitaal. Hier wordt het grootste aantal meest ingewikkelde
en wel allogene transplantaties uitgevoerd, d.w.z. transplantatie van
een donor naar de patient toe. De afdeling BMT is al 7 jaar actief. De
eerste beenmergtransplantatie vond in januari 1993 plaats, en wel met
gunstig verloop, de patiente leeft nog steeds. In de tijd dat de afdeling
werkt, werden meer dan 50 transplantaties verricht. Ziek beenmerg brengt
verkeerde bloedcellen voort waardoor dodelijke ziekten worden verwekt.
Het wezen van beenmergtransplantatie is dat het zieke beenmerg vervangen
wordt door gezond beenmerg
van een donor. Transplantatie wordt toegepast bij verschillende bloedziekten
(leucozen, aplastische anemie), bij bepaalde tumorziekten, bij immuniteitsverlaging
en een aantal aangeboren kwalen. Er dient rekening mee te worden gehouden
dat beenmergtransplantatie uitsluitend toegepast wordt op ongeneeslijk
geachte kinderen voor wie geen andere medicatie aan te bevelen is. Chemotherapie
helpt deze kinderen niet, zij kunnen gered worden enkel door transplantatie,
dit is hun laatste kans. Als donor bij allogene transplantatie treden
meestal bloedverwanten van de patient op - een broer of een zuster. Normaliter
moeten de donors verenigbaar zijn met de patienten. De verenigbaarheid
van het beenmerg wordt vastgesteld door middel van speciale typering -
een ingewikkelde analyse waarbij vele parameters in acht worden genomen.
In een aantal gevallen wordt transplantatie van onverenigbaar beenmerg
uitgevoerd, in deze gevallen moet het gezuiverd zijn van de cellen die
allerlei complicaties in de posttransplantatieperiode kunnen veroorzaken.
In de meeste gevallen wordt verenigbaar beenmerg van een broer of een
zuster gebruikt. Herstel van de donor verloopt wel zeer snel, ongeveer
binnen een week. BMT wordt sinds de jaren 80 aan de lopende band toegepast
en al die jaren staan de donors onder observatie en er zijn geen complicaties
na intake van beenmerg door deskundigen vastgesteld. Beenmerg wordt genomen
in de opereatiekamer uit het achtersternum van de donor en wordt daarna
intraveneus overgeheveld door middel van transfusie als een medicijn of
een bloedprodukt. Op zichzelf levert de procedure van transplantatie in
technisch of chirurgisch opzicht geen moeilijkheden op. Het probleem ligt
vooral bij de begeleiding van de patient rechtstreeks voor transplantatie
wanneer deze aan intensieve chemotherapie wordt onderworpen met als gevolg
zuivering van de ruimte voor het nieuwe beenmerg. Dit is nodig om afstoting
van het transplantaat te voorkomen. Eveneens tamelijk moeilijk is begeleiding
van de patient in de vroege posstransplantatieperiode tot het beenmerg
aangeslagen is. In deze periode krijgen de kinderen een begeleidende behandeling
als gevolg waarvan zij tijdelijk een immuniteitsverlaging gaan vertonen
en het gevaar ontstaat van letale infectieuse complicaties, zowel virale,
als bacteriale, die voor een normale mens ongevaarlijk zijn. Daarnaast
moeten de artsen rekening houden
met de toxiteit van medicijnen aangezien alle chemische preparaten die
de kinderen krijgen, toxisch zijn voor deze of gene organen.. In de regel
moeten de lever, de nieren, de longen, het zenuwstelsel en het hart het
ontgelden. Ter voorkoming van deze complicaties moet begeleidende behandeling
van het kind selectief worden toegepast. Dit begeleidingspakket stelt
dan ook het werk van de arts aan de BMT-afdeling voor. Bij transplantatie
kunnen zich twee wezenlijke levensgevaarlijke complicaties voordoen. De
eerste is afstoting van het transplantaat waarbij de patient het beenmerg
afstoot. De tweede is reactie van het transplantaat tegen de gastheer
(RTGH) waarbij het beenmerg wel aanslaat maar zich agressief begint te
gedragen tegenover verschillende organen en weefsels van de patient. Een
lichtere vorm van de RTGH is wel wenselijk aangezien op deze wijze een
aanvullend effect van de strijd van gezond beenmerg tegen de resten van
de ziekte tot uiting komt. Van een positieve uitkomst van de transplantatie
kan gemiddeld 2 tot 4 weken na de ingreep worden gesproken. In die tussentijd
moet het donormerg wel of niet aanslaan hetgeen gecontroleerd wordt met
behulp van diverse biologische onderzoeksmethoden. Slaat het beenmerg
aan, dan herstelt de patient geleidelijk aan wel. De artsen van de afdeling
controleren maand in maand uit door middel van high-tech methoden in hoeverre
het beenmerg is aangslagen en welk percentage cellen in het beenmerg en
in de periferische bloedsomloop van de donor afkomstig is en welk percentage
van de patient overblijft. Slaat het transplantaat niet aan, dan is vrij
vaak retransplantatie mogelijk, d.w.z. herhaalde beenmergtransplantatie
indien de toestand van het kind dit toelaat.
Het
hoofd van de afdeling BMT doctoranda in de medische wetenschappen Skorobogatova
Jelena Vladimirovna vertelt:
Bij ons in het Landelijke Kinderhospitaal werden 64 beenmergtransplantaties
gerealiseerd. De kosten van transplantatie per een kind bedragen
bij benadering 50.000 USD. Deze ontstaan uit de kosten van de medicijnen,
bijkomstige materialen en ontsmettingsmiddelen. Voor meer dan 50% worden
medicijnen en materialen uit de begrotingsmiddelen bekostigd maar het
is zeer moeilijk een trasnplantatie geheel te dekken. Voor bestrijding
van alle onkosten zijn extrabudgettaire financieringsbronnen nodig: humanitaire
hulp en steun uit de regiones. Het spreekt vanzelf dat tot transplantatie
pas overgegaan kan worden wanneer we de zekerheid hebben dat transplantatie
niet door tekort aan medicijnen over twee of drie weken onderbroken zal
worden. Voorafgaande aan BMT plaatsen we het kind in een steriel vertrek
en het krijgt van tevoren een intraveneuse katheter en wordt behandeld
tegen schimmelziekten met antibacteriale en antivirale preparaten. Verder
wordt gedurende ongeveer een week chemotherapie toegepast. Om beenmerg
van de donor te laten aanslaan, moet het beenmerg van de patient zelf
bijna geheel worden verwijderd. Chemotherapie is dermate agressief dat
indien daarna beenmerg niet overgeplant wordt, bloedvorming niet herstelt
en de patient sterft. Alle ziekenzalen in onze afdeling zijn uitgerust
met antimicrobiale filters en de lucht die onder druk in de zalen wordt
toegevoerd, is gezuiverd van allerlei microbiale deeltjes. De patient
ademt een volkomen zuivere lucht, alle oppervlakken in elke kamer worden
dagelijks met ontsmettingsmiddelen gewassen, alles waar de patienten mee
in aanraking komen, moet steriel zijn omdat de immuniteit van de patient
na chemotherapie en transplantatie dermate verzwakt is dat zijn ontvankelijkheid
voor infecties bijzonder hoog stijgt vergeleken bij een normale mens.
Vandaar dat alle dokters, verplegend personeel en ouders een masker, een
muts, een steriele jas, handschoenen en sloffen moeten dragen als zij
de ziekenkamer binnengaan. De
dag van transplantatie wordt bij ons als dag 0 aangemerkt, de dagen voor
transplantatie dragen een min-teken: dag -1, dag -2, dag -14, en na de
nul-dag komt er het plus-teken voor in de plaats: +1, +10. Nadat beenmerg
overgeplant is, is de patient gedurende 2 of 3 weken voordat het donormerg
of het eigen beenmerg van de patient begint te werken bijzonder kwetsbaar
en weerloos ten overstaan van een infectie. Bovendien treden dan bij de
patient toxische complicaties op als gevolg van chemotherapie en ondervindt
hij erge pijnen als gevolg van de aantasting van het slijmvlies. De kinderen
weigeren te eten en worden intraveneus gevoed totdat ze weer zelfstandig
beginnen te eten en het voedsel door het organisme wordt opgenomen. Zij
krijgen ergens omstreels een maand kunstmatige voeding. Wanneer eerste
leukocyten verschijnen, begint de patient wel te eten maar het moet een
steriel voedsel zijn die op een bijzondere wijze is klaargemaakt. Hiervoor
zorgen de ouders die zich voortdurend, dag en nacht bij het kind bevinden,
het verzorgen en psychologisch steunen..
De moeder van een 10-jarig meisje uit de BMT-afdeling
vertelt:
De mens mag niet alleen blijven met zijn pijn, men moet dit delen met
iemand anders, het kind mag niet alleen gelaten worden, noch overdag,
noch 's nachts, voor zelfs een kort ogenblik niet. Als het kind pijn heeft,
moet het weten dat er altijd iemand bij is, dat er iemand praat. Men moet
met het kind praten als met een volkomen gezonde normale mens en het kind
niet als een kristallen vaas behandelen, men moet zo weinig mogelijk over
pijn praten. Men moet vertellen wat er om ons heen gebeurt alsof dit een
kind was zoals alle andere. Wanneer je niet altijd met je kind blijft,
krijg je de schrik te pakken van de ziekte en schrik mag er niet zijn
omdat dit zo aan te voelen is. Je eigen zelfvertrouwen betekent zelfvertrouwen
van je kind. Als je komt vertel dan dat alles wel
naar wens loopt, dat ook iemand anders zoiets al gehad heeft, dat alles
wel te voorspellen valt, het zal nog een paar dagen tegenvallen maar later
zal het wel ten goede keren... Mijn kind hield er een kalendertje bij
waarin dagen werden aangemerk met "zeer slecht", "volslagen slecht", "iets
beter". Toen zij het helemaal slecht had, pakte ze het potlood en maakte
er bepaalde bewegingen mee om dagen aan te merken en dat leidde haar enigszins
af.. "Heb je het vandaag net zo zwaar als gisteren?" "Vandaag gaat het
een ietsje beter". "Zie je wel, het gaat al beter, net wat we hebben gezegd!"
Zij is daarbij zo ingesteld dat ze alles van tevoren moet weten. Als er
iets staat te gebeuren, kan je dit haar beter van tevoren zeggen, haar
voorbereiden. Dan zet ze zich schrap en is erop voorbereid. Emotioneel
comfort vind ik van veel meer belang dan de rest. De doikters doen wel
wat van hen vereist wordt, maar daarnaast moet men er voor zorgen dat
het kind zich niet in zijn ziekte keert, het mag niet alleen gelaten worden,
het mag niet steeds aan zijn ziekte denken of aan zijn pijn. Het moet
integendeel dat alles uit zijn gedachten zetten. Er moet iets prettigs
gevonden zijn, zo in de geest van "Je bent nog altijd de mooiste en meest
sympatieke..." Toen ze vervelde zeiden we tegen haar: "Je bent net een
vlinderpop, je was vroeger een rups en straks word je vlinder". Zij keek
naar zichzelf en zei: "Nou is mijn huid blanker geworden". Toen haar gezicht
te voorschijn kwam, zeiden we: "Zie je wel, Nastenka, je lijkt nou al
op een mens". Zij zei "Ja hoor, ik word straks een vlinder". Dit spelletje
kwam ook goed aan bij de artsen en de verpleegsters. En zelfs toen wij
het bijzonder moeilijk hadden en de hele nacht met de artsen moesten waken,
ook toen kwam iedereen met haar te spelen als met een gezond normaal kind.

|